Cirkel berekenen
Vul de straal, diameter, omtrek of oppervlakte in om de andere waarden van een cirkel te berekenen.
Vul de straal, diameter, omtrek of oppervlakte in om de andere waarden van een cirkel te berekenen.
Ken je de straal, diameter, omtrek of oppervlakte? Daarmee kun je de andere waarden van een cirkel uitrekenen. Hieronder gebruiken we steeds een cirkel met een diameter van 10 cm als voorbeeld.
De straal is de afstand van het middelpunt tot de rand. Je berekent hem door de diameter door 2 te delen: straal = diameter ÷ 2.
Bij een diameter van 10 cm is de straal dus 5 cm.
De diameter loopt van de ene rand naar de andere, recht door het middelpunt. De formule is diameter = 2 × straal.
Bij een straal van 5 cm is de diameter 10 cm. Meet je bijvoorbeeld een rond tafelblad, dan is de diameter de breedte door het midden.
De omtrek is de lengte van de hele rand. Je berekent die met omtrek = π × diameter, of met 2 × π × straal.
Bij een diameter van 10 cm is de omtrek π × 10 ≈ 31,42 cm. Dat is bijvoorbeeld de lengte van een lint dat precies eenmaal om die cirkel past.
De oppervlakte is het vlak binnen de rand. De formule is oppervlakte = π × straal².
Bij een diameter van 10 cm gebruik je een straal van 5 cm: π × 5² ≈ 78,54 cm². Let op: vul je hier per ongeluk de diameter in als straal, dan wordt de uitkomst vier keer te groot.
Een cirkel is plat en heeft geen inhoud. Een bol is driedimensionaal. De formule voor de inhoud van een bol is inhoud = 4 ÷ 3 × π × straal³.
Een bol met een diameter van 10 cm heeft een straal van 5 cm. De inhoud is dan 4 ÷ 3 × π × 5³ ≈ 523,60 cm³. Wil je weten hoeveel er in een holle bol past, gebruik dan de binnenmaat.
π (pi) is de verhouding tussen de omtrek en de diameter: ongeveer 3,141592653589793. De tool rekent met deze nauwkeurige benadering. Gebruik je zelf 3,14, dan kan je uitkomst iets afwijken.
Kies “Oppervlakte” bij wat je wilt berekenen en “Diameter” bij de waarde die je weet. Vul bijvoorbeeld 10 in en kies centimeter als invoereenheid. Met cm² als uitvoereenheid en 2 decimalen verschijnt 78,54 cm².
Onder “Eenheden” kies je de eenheid van je invoer en van de uitkomst. Een lengte wordt weergegeven in bijvoorbeeld cm, een oppervlakte in cm² en een inhoud in cm³.
De tool rekent de eenheden voor je om. Een cirkel met een diameter van 100 cm heeft bijvoorbeeld een oppervlakte van ongeveer 0,79 m². Kies daarvoor centimeter bij de invoer en meter bij de uitkomst.
Open “Eenheden” en kies het aantal decimalen bij “Afronding”. Standaard toont de tool 2 decimalen. De omtrek bij een diameter van 10 cm wordt dan 31,42 cm; met 4 decimalen is dat 31,4159 cm.
De oppervlakte in deze tool is altijd die van een platte cirkel. Bij een bol gaat het om de doorsnede door het middelpunt, niet om het volledige buitenoppervlak van de bol. De omtrek is de rand van diezelfde doorsnede.
De optie “Inhoud bol (3D)” berekent het volume van een bol. Deze tool berekent geen cilinders.
Heb je een foutje ontdekt in een berekening, suggesties voor verbeteringen of ideeën voor nieuwe rekentools? Stuur ons een bericht via het onderstaande formulier!