Beide scenario’s rekenen met 36% belasting, 3,35% vastgoedbijtelling en een verliesdrempel van € 500 per persoon. De conceptnovelle behoudt de eerdere regels voor kostenaftrek en verliesverrekening. De novelle van 3 november handhaaft € 1.800 vrij resultaat. Ook de invoering in 2029 is nog onzeker.
Voor 2029 worden geen verliezen van vóór de invoering verrekend. Een negatief jaarresultaat boven de verliesdrempel tonen we als mee te nemen verlies, zonder directe belastingteruggaaf. Bij fiscale partners gebruiken we gezamenlijke bedragen en 50/50-verdeling, inclusief een gezamenlijke verliesdrempel van € 1.000. De vrijstelling wordt per jaar toegepast en ongebruikte vrijstelling wordt niet opgespaard.
Vastgoed: de huurinkomsten tellen bij minstens 90% verhuur binnen de bezitsperiode; anders geldt het hoogste van huur en vastgoedbijtelling. Alleen kosten die uitsluitend bij verhuur horen zijn aftrekbaar. De bijtelling gebruikt de WOZ-beschikking voor het rekenjaar (bij een woning) of beginjaarwaarde (bij een niet-woning), naar rato van de bezitsdagen. De startwaarde voor verkoopwinst staat hiervan los. Een aankoop én verkoop in hetzelfde jaar, bouwperioden en bijzondere vastgoedrechten worden niet gemodelleerd.
De uitkomst is een deelberekening vóór persoonlijke heffingskortingen, persoonsgebonden aftrek, dividendbelasting en buitenlandse belastingverrekening. Bijzondere situaties zoals emigratie, erfenis, schenking, optiestrategieën, vreemde valuta, afwaardering van vorderingen en doorschuifregelingen vragen een aparte beoordeling. Gebruik de tool voor gewone box 3-situaties; het is geen volledige aangifteberekening. Bedragen worden intern ongerond berekend en de belasting wordt naar beneden afgerond op hele euro’s.