Belastingplan 2027: wat verandert er voor je portemonnee?
Geschreven door Koen Knol- Laatst bijgewerkt op
- Leestijd: 11 minuten
Meer arbeidskorting, minder aftrek voor startende ondernemers en een hogere vrijstelling voor huizenkopers. Op Prinsjesdag zijn de belastingplannen voor 2027 gepresenteerd. Wat merk je daarvan? We zetten de belangrijkste veranderingen naast de cijfers van 2026 en laten zien waarmee je alvast kunt rekenen.
Bronnen bij de actualisatie: tweede nota van wijziging van 9 oktober, gewijzigde parameters en planning en herziening box 2/3.
Stand 30 oktober 2026: de beantwoording van 16 oktober geeft geen nieuwe bedragen ter vervanging van de hieronder gebruikte tarieven. Het kabinet verwacht uiterlijk 2 november met aangepaste dekking voor box 3 te komen. Tijdens het overleg van 26 oktober is aangekondigd dat op 2 november ook een nieuwe nota van wijziging wordt beoogd. Deze aankondiging stelt nog geen nieuwe tarieven vast.
Wat springt eruit in 2027?
- Werk je in loondienst? De eerste twee belastingtarieven stijgen, maar de maximale arbeidskorting gaat ook omhoog. Alleen naar het belastingtarief kijken zegt dus niet genoeg over je nettoloon.
- Ben je zzp’er? De zelfstandigenaftrek daalt verder. Voor starters valt vooral de voorgestelde verlaging van de startersaftrek naar € 10 op.
- Koop je een woning? De grens voor de startersvrijstelling gaat naar € 615.000. Voor een tweede woning wil het kabinet de overdrachtsbelasting verlagen naar 7%.
- Heb je spaargeld of beleggingen? De box-3-plannen worden herzien. Onze tool laat het eerdere 2027-pakket en de conceptnovelle van 2 oktober afzonderlijk doorrekenen.
Ga direct naar het onderwerp dat voor jou belangrijk is:
- Salaris en inkomstenbelasting
- Arbeidskorting en andere heffingskortingen
- Zzp’ers en de bijdrage Zvw
- Een woning kopen
- Spaargeld, beleggingen en je eigen bv
- Andere plannen om op te letten
- Update kindgebonden budget
- Zelf 2026 en 2027 vergelijken
Salaris: hogere tarieven, maar ook meer korting
Over je inkomen uit werk en woning betaal je belasting in box 1. Dat gaat in schijven: het hogere tarief geldt alleen voor het deel van je belastbare inkomen dat in die schijf valt, niet ineens voor je hele inkomen.
Dit zijn de tarieven en grenzen voor wie de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt. De percentages zijn inclusief premies volksverzekeringen.
| Onderdeel box 1 | 2026 | 2027 (plan) |
|---|---|---|
| Tarief eerste schijf | 35,75% | 36,23% |
| Einde eerste schijf | € 38.883 | € 39.247 |
| Tarief tweede schijf | 37,56% | 38,16% |
| Einde tweede schijf | € 78.426 | € 80.578 |
| Tarief boven die grens | 49,50% | 49,50% |
De eerste schijf wordt iets langer en de grens voor het hoogste tarief stijgt naar € 80.578. Is je belastbare jaarinkomen hoger dan die grens? Dan valt extra belastbaar inkomen in de hoogste schijf. Dat betekent niet dat je door een loonsverhoging opeens over je hele salaris 49,50% betaalt.
Je kunt in het nieuws ook lezen over een verlaging van de eerste twee tarieven. Dat is een verlaging ten opzichte van wat eerder voor 2027 was voorzien. Vergeleken met 2026 gaan de tarieven in de tabel wél omhoog.
Een deel van de belastingbedragen stijgt bovendien minder mee met de inflatie. Dat is onderdeel van wat het kabinet de vrijheidsbijdrage noemt. Die bijdrage zit verwerkt in de belastingregels; het is geen aparte rekening.
Bron: Belastingplan 2027, tabellen 1 en 2 en de toelichting op het inkomensbeleid.
Arbeidskorting omhoog, niet alle kortingen stijgen mee
Heffingskortingen verlagen de belasting die je moet betalen. Hoeveel korting je krijgt, hangt onder andere af van je inkomen, leeftijd en gezinssituatie. De bedragen hieronder zijn maxima per jaar, geen bedragen die iedereen ontvangt.
| Heffingskorting | 2026 | 2027 (plan) | Verschil |
|---|---|---|---|
| Algemene heffingskorting* | € 3.115 | € 3.154 | + € 39 |
| Arbeidskorting* | € 5.685 | € 5.889 | + € 204 |
| Combinatiekorting (IACK)* | € 3.032 | € 2.918 | − € 114 |
| Ouderenkorting | € 2.067 | € 1.993 | − € 74 |
| Alleenstaandeouderenkorting | € 540 | € 547 | + € 7 |
* Deze maxima gelden vóór de AOW-leeftijd. Bij AOW zijn de bedragen lager.
De algemene heffingskorting wordt langzamer afgebouwd: het percentage vóór AOW daalt in het gewijzigde voorstel van 6,638% naar 6,350%. De maximale arbeidskorting stijgt dus met € 204. Dat is niet automatisch € 204 extra nettoloon: ook de belastingtarieven en de inkomensgrenzen veranderen. Het minimumloonbesluit van 29 oktober 2026 noemt € 2.385 referentiemaandloon. Dat sluit aan op de gebruikte grens van € 30.910 voor de algemene heffingskorting. De definitieve fiscale jaartabellen en afrondingen zijn nog niet gepubliceerd.
Voor werkende ouders met jonge kinderen begint in 2027 de eerder afgesproken afbouw van de combinatiekorting. Die geldt voor alle ouders die aan de voorwaarden voldoen, niet alleen voor ouders van kinderen die vanaf 2027 worden geboren.
Bekijk wat er bij jouw inkomen gebeurt met de arbeidskorting, combinatiekorting of ouderenkorting.
Bronnen: de voorgestelde jaarbedragen en de uitleg over de afbouw van de combinatiekorting.
Benieuwd wat er met jouw nettoloon gebeurt? Vul je salaris in en vergelijk 2026 met Belastingplan 2027. Bij de uitkomst zie je welke bedragen nog voorlopig zijn.
Zzp’ers: minder aftrek, vooral voor starters
De zelfstandigenaftrek daalt volgens het al eerder vastgelegde afbouwpad naar € 900. Daar komt voor starters een grote wijziging bij: het kabinet wil de extra startersaftrek in 2027 verlagen naar slechts € 10 en in 2028 afschaffen.
| Regeling | 2026 | 2027 |
|---|---|---|
| Zelfstandigenaftrek* | € 1.200 | € 900 (eerder vastgesteld) |
| Extra startersaftrek* | € 2.123 | € 10 (plan) |
| Mkb-winstvrijstelling | 12,70% | 12,70% |
* Bedragen voor ondernemers die aan de voorwaarden voldoen en aan het begin van het jaar nog niet de AOW-leeftijd hebben bereikt.
Ook als je al vóór 2027 bent gestart, kun je met de lagere startersaftrek te maken krijgen. In het voorstel staat geen uitzondering voor bestaande starters. Minder aftrek betekent dat een groter deel van je winst meetelt voor de belasting. Het is dus geen bedrag dat je één op één extra betaalt.
Bronnen: het voorstel voor de startersaftrek (paragraaf 5.5) en de eerder vastgestelde afbouw van de zelfstandigenaftrek.
Bereken het gezamenlijke effect met inkomstenbelasting voor zzp’ers. Vergelijk bij hetzelfde winstbedrag 2026 met Belastingplan 2027.
Ook de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw stijgt
Naast inkomstenbelasting betalen veel zelfstandigen zelf een bijdrage voor de Zorgverzekeringswet (Zvw). Die staat los van de maandpremie aan je zorgverzekeraar. In de zorgbegroting zijn de volgende percentages aangekondigd:
| Bijdrage Zvw | 2026 | 2027 (voorlopig) |
|---|---|---|
| Eigen bijdrage, onder meer voor zzp’ers | 4,85% | 5,02% |
| Werkgeversheffing | 6,10% | 6,27% |
Een eenvoudig voorbeeld: over € 50.000 bijdrage-inkomen is 4,85% een bedrag van € 2.425. Bij 5,02% is dat € 2.510, oftewel € 85 meer per jaar. Dit vergelijkt alleen het percentage; je bijdrage-inkomen is niet altijd gelijk aan je omzet of bruto-inkomen. Er geldt ook een maximum.
Bij werknemers betaalt meestal de werkgever de werkgeversheffing. Je trekt die dus niet nog eens van je nettoloon af. Gebruik voor je eigen situatie de Zvw-rekentool.
Bronnen: VWS-begroting 2027, tabel 77 en de Zvw-percentages voor 2026.
Een woning kopen: hogere startersgrens, lager tarief voor een tweede woning
Voor huizenkopers zijn er twee opvallende veranderingen. De woningwaardegrens voor de startersvrijstelling stijgt met € 60.000. Die nieuwe grens is al vastgesteld. Daarnaast stelt het kabinet een lager tarief voor bij woningen die je niet zelf als hoofdverblijf gebruikt.
| Onderdeel | 2026 | 2027 |
|---|---|---|
| Woningwaardegrens startersvrijstelling | € 555.000 | € 615.000 (vastgesteld) |
| Woning die je zelf gaat bewonen* | 2% | 2% |
| Tweede woning of woning voor verhuur | 8% | 7% (plan) |
* Of 0% als je aan alle voorwaarden van de startersvrijstelling voldoet. Alleen onder de woningwaardegrens blijven is daarvoor niet voldoende.
Bij een tweede woning met een waarde van € 400.000 scheelt het voorgestelde tarief € 4.000 overdrachtsbelasting: € 28.000 in plaats van € 32.000. Dit voorbeeld neemt aan dat € 400.000 de waarde is waarover de belasting wordt berekend.
Controleer jouw situatie met overdrachtsbelasting berekenen.
Bronnen: de vastgestelde startersgrens voor 2027 en de gepubliceerde belastingtarieven voor 2027.
Spaargeld, beleggingen en je eigen bv
Box 3: iets meer vermogen vrijgesteld
Bij de berekening met vaste rendementspercentages blijft een deel van je vermogen buiten de heffing. Dat heet het heffingsvrij vermogen.
| Box 3 | 2026 | 2027 (plan) |
|---|---|---|
| Vrijstelling per persoon | € 59.357 | € 60.098 |
| Vrijstelling fiscale partners samen * | € 118.714 | € 120.196 |
| Belastingtarief | 36% | 36% |
| Rendement spaargeld | 1,28% | 1,27% |
| Rendement beleggingen en overige bezittingen | 6,00% | 6,37% |
| Rendement schulden | 2,70% | 2,85% |
* Bij fiscaal partnerschap voor het hele jaar, of als je ervoor kiest het hele jaar als fiscale partners te worden behandeld.
Die 36% betaal je over het berekende belastbare rendement, niet over je hele spaarsaldo. Is je werkelijke rendement lager, dan kan de tegenbewijsregeling gunstiger zijn. Bij die berekening geldt geen heffingsvrij vermogen.
De tabel toont het eerdere 2027-pakket met gepubliceerde rendementsverwachtingen. Een officiële vaststellingsregeling voor deze percentages is nog niet geverifieerd. Ook de percentages voor spaargeld en schulden over 2026 zijn nog voorlopig.
De conceptnovelle van 2 oktober stelt voor 2027 € 30.846 heffingsvrij vermogen per persoon en 7,87% forfait voor overige bezittingen voor. Het kabinet herziet deze dekking en streeft naar een aangepast voorstel uiterlijk 2 november. Deze cijfers zijn daarom uitsluitend als apart scenario beschikbaar.
De box 3-rekentool gebruikt deze percentages voor een indicatie over 2027. Alleen voor de nog onbevestigde schuldendrempel gebruiken we voorlopig de gegevens van 2026: € 3.800 per persoon, of € 7.600 met een fiscaal partner.
Bronnen: de voorgestelde box 3-bedragen en de uitleg van de Belastingdienst over het heffingsvrij vermogen.
Papieren schenkingen: mogelijke wijziging nog niet uitgewerkt
Het kabinet onderzoekt of papieren schenkingen minder fiscaal voordeel moeten krijgen om de box-3-plannen te betalen. Het noemt aanpassing van de rekenrente en levensverwachtingen en belastingheffing bij aflossing van de schuld als mogelijke maatregelen. Er is nog geen besluit over welke maatregel wordt voorgesteld en vanaf wanneer deze geldt. Dit verandert de berekening van gewone geldschenkingen nu niet. De schenkbelastingtool houdt de 2027-vrijstellingen als expliciete schatting aan.
Box 2: dezelfde tarieven, een iets hogere grens
Heb je een aanmerkelijk belang in een bv, dan valt bijvoorbeeld dividend in box 2. De standaardberekening gebruikt 24,5% en 31%. De conceptnovelle stelt een hoog tarief van 29,2% voor in 2027–2030, samen met een lagere grens voor excessief lenen. Die dekking wordt herzien; de verlaging is nog niet in onze standaardberekening verwerkt. De grens tussen die tarieven stijgt van € 68.843 naar € 69.703. Alleen het deel boven die grens valt in het hogere tarief.
Gebruik box 2 berekenen voor dividend, of de DGA-rekentool om ook je salaris mee te nemen. Het gebruikelijke loon voor 2027 is nog niet bekend; waar nodig gebruikt de DGA-tool daarvoor het bedrag van 2026 als uitgangspunt.
Bronnen: de box 2-tarieven en grens voor 2027 en de belastingberekening voor 2026.
Erven en schenken: let op de geschatte vrijstellingen
Je kunt ook alvast erfbelasting en schenkbelasting voor 2027 berekenen. De tarieven en schijfgrens komen uit de gepubliceerde plannen. De vrijstellingen zijn nog ramingen: we hebben de bedragen van 2026 verhoogd met 2,6% en naar boven afgerond op hele euro’s. Ze zijn dus niet definitief vastgesteld. De toelichting onder de berekening maakt dit duidelijk.
Andere plannen om op te letten
- Reiskostenvergoeding: het pakket legt de verhoging van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer vast, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026. Het is dus niet uitsluitend een verandering voor 2027. Je werkgever is niet automatisch verplicht het hogere bedrag te betalen.
- Youngtimer van de zaak: de leeftijdsgrens gaat volgens het voorstel in 2027 naar 17 jaar, in plaats van de eerder geplande 25 jaar. Bekijk het effect met bijtelling auto berekenen.
- Personeelskorting: het kabinet wil de aparte belastingvrijstelling voor korting op eigen producten vanaf 2027 schrappen. Een werkgever kan daarvoor nog wel de vrije ruimte binnen de werkkostenregeling gebruiken.
- Pensioenopbouw: het kabinet wil het maximale inkomen voor pensioenopbouw met belastingvoordeel van 2027 tot en met 2032 op € 137.800 houden.
- Aftrek zorgkosten: de voorgestelde afschaffing van de aftrek voor specifieke zorgkosten is bedoeld voor 2028, niet voor 2027.
Bronnen: het wetsvoorstel, onder meer paragraaf 5.1 over reiskosten, de toelichting op de youngtimerregeling en de plannen voor personeelskorting, pensioen en zorgkosten.
Update 20 september: plannen kindgebonden budget worden herzien
Na de Algemene Politieke Beschouwingen heeft de minister gevraagd de behandeling van het voorstel over kindgebonden budget aan te houden. In de Kamerbrief van 18 september kondigt hij aan het voorstel en de twee wijzigingsnota’s te willen intrekken en vervangen. Het gaat niet alleen om de extra afbouw bij hogere inkomens, maar ook om de voorgestelde verlaging van de kindbedragen.
Onze rekentool kindgebonden budget rekent voor 2027 daarom zonder deze maatregelen. Het al eerder vastgelegde afbouwpercentage van 8,05% blijft staan. De kindbedragen zonder de voorgestelde verlaging zijn voorlopig geschat. Ook de inkomens- en vermogensgrenzen zijn nog niet definitief.
Bronnen: Kamerbrief van 18 september 2026 en de eerder vastgestelde afbouwpercentages.
Wat betekent dit voor jou? Vergelijk dezelfde situatie
Met onze nieuwe rekentool kun je het belastingverschil tussen 2026 en 2027 berekenen. Je ziet beide jaren direct naast elkaar, inclusief belastingdruk en netto inkomen, voor onder meer loondienst, zzp, DGA, uitkering en pensioen.
De ene wijziging kan gunstig voor je zijn, terwijl een andere juist geld kost. Daarom zegt één los percentage niet zoveel. Vul in een rekentool eerst je gegevens voor 2026 in. Kies daarna Belastingplan 2027 (voorlopig) en laat de overige gegevens gelijk. Zo zie je het effect van de belastingregels, zonder dat een salarisverhoging of andere winst het verschil vertroebelt.
Lees ook de toelichting onder de resultaten. Daar staat wanneer we een bedrag schatten of gegevens van 2026 gebruiken. De uitkomst is een vooruitblik, geen garantie voor je loonstrook of belastingaanslag.
